‘Stel, ik was God voor een dag.’ Dan zette ik gelijk een stop aan al die vreemde praktijken. Een einde aan het lijden van de dorstige die verlossing zocht, hongerige baby’s met krampen, een ieder zou mij danken. Blijdschap zou heersen want ik maakte een ieder gelijk, geen uitdagingen, noch falen, geen reden tot spijt. Zonder dat ik het doorhad was ik een dictator geworden, men kon niet meer kiezen, verloor de waardering na verliezen, zij voelde zich gevangen, vrije mensen werden slaven. Men werd ongelukkig want wat zij wilde kon niet meer, was je klaar met eten dan was er geen tweede portie meer, geen lange douche want dat is drinkwater van een ander. Men begon met klagen en werd desondanks weer ontevreden, als ik God was zou ik het dus niet beter weten. Ook ik erken toch in te zien, tussen lijden en chaos is er veel dat wij niet zien, een orde, een kloppen, de vervulling van wensen, de verdienste van daden, een straf of beloning voor harten die jij en ik niet kenden. God maakt geen fouten, wat hij zegt is waar, alles wat wij meemaken is een gevolg van onze daden, denken, ons doen en ons laten. Eigenlijk krijgt een ieder wat ie wilt, enkel bij het ontvangen is het gevoel na tijd verstreken het verschil.